regionale octrooibureaus
In Afrika, Azië, Europa en het Midden-Oosten bestaan regionale octrooibureaus die de octrooiaanvragen verzorgen voor de landen die lid zijn van het regionaal bureau.
Het is meestal voordeliger en sneller om via zulke regionale octrooibureaus de octrooiprocedure af te handelen dan in ieder land afzonderlijk.
Hieronder een korte introductie van ARIPO, OAPI, EAPO en GCC.
African Regional Industrial Property Organisation, ARIPO
De ARIPO verenigt Engelssprekende landen van Afrika in een regionaal octrooibureau. Een octrooiaanvraag kan in ieder van de onderstaande landen worden ingediend.
| Botswana | Gambia | Ghana |
| Kenya | Lesotho | Malawi |
| Mozambique | Namibia | Sierra Leone |
| Sudan | Swaziland | Tanzania |
| Uganda | Zambia | Zimbabwe |
ARIPO is heeft zicht aangesloten bij de International Patent Convention en is ook toegetreden tot de PCT.
Het is beter een octrooiaanvraag via de ARIPO in te dienen dan bij een individuele lidstaat van de ARIPO. De octrooiaanvraag wordt procedureel beter door de ARIPO afgehandeld dan door individuele ARIPO-lidstaten. Ook financieel is het al snel voordeliger om een octrooiaanvraag via ARIPO te laten lopen. Wanneer een octrooiaanvraag in twee of meer ARIPO-landen tot een octrooirecht moet leiden, dan is de route via ARIPO voordeliger.
Organisation Africaine de la Propriété Intellectuelle, OAPI
Zestien Frans sprekende Afrikaanse landen zijn verenigd in de Organisation Africaine de la Propriété Intellectuelle. De OAPI is gebaseerd op het Bangui Agreement van maart 1977. Doel van OAPI is de verspreiding van kennis en de bescherming van intellectueel eigendom binnen de landen die zich bij de OAPI hebben aangesloten. De OAPI fungeert voor ieder van de aangesloten landen als nationaal octrooibureau èn als centraal informatie- en ondersteuningspunt op het gebied van de bescherming van intellectueel eigendom.
De OAPI-landen voeren een gemeenschappelijk taksenregime voor octrooiaanvragen die via de OAPI zijn ingediend. Zie het taksenoverzicht voor de hoogte van de taksen van de OAPI-landen.
OAPI-landen zijn, Benin, Burkina Fasso, Kameroen, Centraal Afrikaanse Republiek, Congo, Côte d'Ivoire, Gabon, Guinee, Guinnee Bissau, Equatoriaal Guinee, Mali, Mauretanië, Niger, Senegal, Tsjad en Togo.
Eurasian Patent Organisation, EAPO
De Eurasian Patent Convention (EAPC) is op 9 septmber 1994 ondertekend door 10 voormalige sovjetrepublieken en werd officieel van kracht op 12 augustus 1995.
De EAPC schept gemeenschappelijke voorwaarden voor een regionaal systeem van wettelijke bescherming voor intellectueel eigendom. Het systeem functioneert binnen alle deelnemende landen en alle staten zijn automatisch gedesigneerd in een Eurasian octrooiaanvraag. Nadat een octrooi is toegekend is het niet nodig om vertalingen in de taal van de lidstaten te laten maken. De indiener kan volstaan met het indienen van een aanvraag bij de EAPC, geen enkele lokale actie is verder nodig.
De lidstaten van de Eurasian Patent Organisation zijn: Armenië, Kazakhstan, de Russische Federatie, Azerbaijan, Kyrgizië, Tajikistan, Belarus, Moldova en Turkmenistan. De jaartaksen om het octrooi in stand te houden kunnen direct aan het Eurasian Patent Office betaald worden voor alle aangewezen landen. Het is mogelijk om gedesigneerde landen te laten vervallen wanneer bescherming niet in alle landen nodig is.
Gulf Cooperation Council, GCC
In het Midden-Oosten verenigt de Gulf Cooperation Council GCC een aantal landen voor de bescherming van octrooirechten. Van de GCC zijn de volgende staten lid. Bahrein, Kuweit, Oman, Qatar, Saoedi Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Het centrale kantoor van de GCC is gevestigd in Saoedi Arabië. De octrooibeschermingsduur in de lidstaten van de Gulf Cooperation Council is net zoals in de meeste andere landen 20 jaar. Vanaf het moment van indienen van een octrooiaanvragen duurt het gemiddeld 3 jaar voordat het GCC een octrooirecht toekent. De GCC kent ook een prioriteitsperiode van 12 maanden zoals gebruikelijk in de meeste aanvraagprocedures.
Vanwege het niet Latijnse schrift dat in de GCC-landen wordt gebruikt, moet een octrooiaanvraag in het Arabisch vertaald zijn of wanneer het in een andere taal dan het Engels is opgesteld, zowel in het Arabish als Engels. Nadat de aanvraag is ingediend, volgt controle op correctheid van de indieningsformulieren. Alleen nadat de GCC heeft vastgesteld dat alle documenten in orde zijn, gaat de GCC over tot het afhandelen van de octrooiaanvraag.